In de jaren vijftig begint binnen Hervormd Ridderkerk de roep om wat ruimte voor de zo genaamde confessionele richting steeds luider te worden. De komst van veel nieuwkomers in die tijd, vooral die uit de zuidoosthoek van Drenthe, die toch een andere manier van geloofsbeleving met zich mee brachten, zal hier zeker mede aan ten grondslag hebben gelegen. In die tijd kende Hervormd Ridderkerk maar één modaliteit, namelijk die van de Gereformeerde Bond. In januari 1955 start men een onderzoek of het mogelijk is om confessioneel gerichte kerkdiensten te gaan houden. Voor een locatie voor deze diensten wordt het bestuur van Chr. Huishoudschool benadert.

Het resultaat is dat op 1 mei 1955 de eerste dienst kan worden gehouden. Dit is het begin van de ontwikkeling van de wijkgemeente II, de Goede Herderkerk. De ontwikkeling in vogelvlucht: er worden kinderdiensten georganiseerd, de contactcommissie wordt omgevormd tot een officiële kerkenraad, men verhuist naar de aula van de Chr. ULO aan de Sportlaan. In 1958 wordt ds. J.C. Koolschijn, de eerste (confessionele) predikant in Ridderkerk, beroepen: op 1 januari 1961 is wijk II een zelfstandige wijk. Er waren in die periode al fondsen gesticht en grond aangekocht voor een eigen kerkgebouw, dat gebouw, de huidige Goede Herderkerk, wordt op 26 mei 1967 officieel in gebruik genomen. Op dit moment wonen de leden van de gemeente verspreid over heel Ridderkerk, een aantal komen zelfs van buiten Ridderkerk.
Kerkorgel
Het kerkorgel is gebouwd door de fa. Scheuerman. De fa. V.d. Heuvel (de bouwer van het orgel in de Singelkerk) controleert jaarlijks het orgel, toen dhr. Scheuerman dit niet meer kon doen. Deze orgelbouwers hebben ons kerkorgel een periodieke stem- en onderhoudsbeurt gegeven. Men heeft eerst een aantal elektrische storingen verholpen in de koppelingen en de toetstractuur. De oorzaak van deze storingen was terug te brengen naar geoxideerde en losgelaten soldeerpunten. Alle storingen zijn weer gerepareerd en solderingen zijn plaatselijk opnieuw aangebracht. Daarna is het orgel algeheel gestemd. Tijdens dit onderhoudswerk kwam men tot de ontdekking dat het leder van de hoekverbindingen van de balgen en het leder van het zwelapparaat vergaan was. Dit zijn twee dingen die inwendig in het orgel zitten en essentieel zijn voor het gebruik daarvan. Men heeft toen noodvoorzieningen kunnen treffen bij de balghoeken (zwickels) maar eigenlijk moesten deze 8 hoeken op korte termijn vervangen worden.

Dit was ook het geval bij het zwelapparaat. Gezien de verregaande staat van scheurvorming was het niet mogelijk en weinig zinvol hier verder noodvoorzieningen te treffen. Ieder moment kon het leer barsten en vanzelfsprekend was het orgel daarna niet meer, of ten dele, bespeelbaar. Dit is dus gerepareerd en kon het orgel weer jaren mee. Inmiddels is dit lang geleden en is het orgel aan vernieuwing toe. Daar wordt nu geld voor ingezameld en worden er financiële acties voor gehouden.
